Wat wil dit nu zeggen, moet je je niet echt houden aan het bluesschema of is dit een soort regeltje dat ik niet ken? Hoe kan je weten op welke noten je dan de nadruk precies moet leggen? Heeft het iets te maken met de noten van de blues toonladder ofzo?
Probleem met jouw vraag is ook een beetje dat je in de blues
heel veel vrijheid hebt, en ook met tonen die niet direct in
het akkoord passen prachtige effecten kunt bereiken.
Een voorbeeld
Blues in G, harp in C
Blaas de eerste twee maten op gaatje vier. En in maat drie
inademen, op gaatje drie (beetje benden) vervolgens op 2.
Die 4-blazen (is de noot C) past helemaal niet in het G-akkoord
dat eronder ligt. Het bouwt voor de luisteraar (en jou) een
behoorlijke spanning op, die je nog kunt verhogen door de
noot met je adem in intensiteit te laten toenemen. In maat drie
laat je de spanning oplossen met twee noten (beetje gebende b
en g) die wel in het G-akkoord passen.
Bluesimprovisatie zit vol met dit soort grappen, wanneer je je
precies aan de akkoordtoontjes zou houden, zou het gauw erg
braaf gaan klinken, 't zijn vaak juist die scheurende dissonanten
die de spanning erin houden.
En dat leer door veel te luisteren en mee te spelen met
de (platen en CD's van de) grote jongens.
Hopelijk beantwoordt dit een beetje je vraag, hoewel ik me
kan voorstellen dat het ook weer vele vragen oproept

Succes,
Arnold